ECLI:NL:HR:2007:BB7075
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing schadevergoeding wegens onvoldoende verband met bewezenverklaard feit
Op 2 september 2004 reed verdachte met hoge snelheid met zijn auto tegen een andere auto waar meerdere personen, waaronder het slachtoffer, zich nabij bevonden. Het hof oordeelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zou worden geraakt.
Het hof sprak verdachte vrij van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel (een gebroken hand) maar veroordeelde hem voor poging tot zware mishandeling en openlijk geweld plegen in vereniging. Tevens wees het hof een vordering van de benadeelde partij toe voor immateriële schade, maar wees materiële schade af.
De Hoge Raad vernietigde het deel van het hofarrest dat de immateriële schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel betrof, omdat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de immateriële schade verband hield met het bewezenverklaarde feit, aangezien verdachte was vrijgesproken van het toebrengen van het letsel waarop de schadevordering was gebaseerd. De zaak werd terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de schadevordering. Het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het deel van het hofarrest over immateriële schadevergoeding wegens onvoldoende verband en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.