ECLI:NL:HR:2007:BB6281
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in belastingzaak
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarbij de verdachte was veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor belastinggerelateerde delicten en overtreding van de Wet op de accijns.
De verdachte stelde onder meer dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden. De Hoge Raad constateerde dat het cassatieberoep op 13 december 2005 was ingesteld en de stukken pas op 4 oktober 2006 waren ontvangen, waardoor de redelijke termijn in cassatiefase was overschreden.
Op grond hiervan oordeelde de Hoge Raad dat dit tot strafvermindering moest leiden. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze tot 23 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De overige middelen tot cassatie werden niet gegrond bevonden en behoefden geen nadere motivering. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 20 november 2007.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 23 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn.