ECLI:NL:HR:2007:BB6218
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie strafzaak valsheid in geschrift
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van valsheid in geschrift. Het gerechtshof sprak de verdachte vrij van enkele tenlasteleggingen, maar veroordeelde hem tot een geldboete van €276.000,-, subsidiair één jaar hechtenis.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het beroep grotendeels ongegrond was, maar constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase was overschreden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde geldboete.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de geldboete betrof en stelde de boete vast op €248.400,-. Het overige van het beroep werd verworpen. De motivering van het hof omtrent de draagkrachtverweren werd door de Hoge Raad bevestigd aan de hand van de conclusie van de Advocaat-Generaal.
Uitkomst: De opgelegde geldboete werd verminderd tot €248.400 wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.