ECLI:NL:HR:2007:BB5546
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in zaak ondertoezichtstelling minderjarige
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Amsterdam om de minderjarige onder toezicht te stellen. De rechtbank stelde het kind onder toezicht voor zes maanden en verlengde dit later tot een jaar, waarbij het Bureau Jeugdzorg de uitvoering op zich nam. De moeder bestreed het verzoek, maar stelde haar hoger beroep te laat in, waardoor het gerechtshof haar niet-ontvankelijk verklaarde.
De moeder stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Het Bureau Jeugdzorg heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad om het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad oordeelde dat de geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling was verstreken, waardoor de moeder geen belang meer had bij haar cassatieberoep. Daarom werd zij niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad gaf aan dat het middel geen cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens gebrek aan belang na het verstrijken van de termijn van de ondertoezichtstelling.