ECLI:NL:HR:2007:BB5054
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe omstandigheden
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij de aanvrager was veroordeeld voor poging tot verkrachting. De Hoge Raad beoordeelde of de aanvrage voldeed aan de vereisten van artikel 457 lid 1 onder Pro 2° Sv, dat inhoudt dat nieuwe, niet eerder bekende feiten moeten worden aangevoerd die het onderzoek zouden kunnen beïnvloeden.
De aanvrage bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden die niet reeds aan de rechter bekend waren. Hierdoor kon het verzoek niet worden ontvangen op grond van de artikelen 459 en 460 Sv. De Hoge Raad bevestigde dat alleen omstandigheden die het onderzoek zouden kunnen leiden tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of toepassing van een lichtere strafgrondslag als grond voor herziening kunnen dienen.
De Hoge Raad verklaarde de aanvrage niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De straf van twaalf maanden gevangenisstraf, verminderd door de Hoge Raad, bleef ongewijzigd. De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren op 9 oktober 2007.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe omstandigheden.