ECLI:NL:HR:2007:BB4965
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring inleidende dagvaarding wegens verlies processtukken in cassatie
In deze strafzaak tegen verdachte, die gedetineerd was in de Penitentiaire Inrichting Flevoland, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 september 2004.
De stukken van het geding zijn echter in het ongerede geraakt en niet meer beschikbaar, waardoor de Hoge Raad het bestreden arrest niet kan toetsen. Om doelmatigheidsredenen heeft de Hoge Raad besloten de zaak zelf af te doen en de inleidende dagvaarding nietig te verklaren.
Dit betekent dat na verwijzing of terugwijzing van de zaak de bevoegde rechter niet zou kunnen beslissen op de grondslag van de tenlastelegging. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest, behoudens voor zover het vonnis van de rechtbank mocht zijn vernietigd, en verklaart de inleidende dagvaarding nietig.
De uitspraak is gedaan door de vice-president Corstens als voorzitter en de raadsheren De Savornin Lohman en Ilsink op 6 november 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de inleidende dagvaarding nietig wegens het verlies van de processtukken, waardoor het bestreden arrest niet kan worden getoetst.