ECLI:NL:HR:2007:BB4956
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onvoldoende motivering verwerping beroep overmacht bij ongewenst verblijf vreemdeling
De zaak betreft een verdachte die als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Het hof Arnhem veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van één maand wegens overtreding van artikel 197 Sr Pro. De verdediging voerde beroep op overmacht aan, onderbouwd met een beslissing van de Vreemdelingenkamer waarin werd vastgesteld dat uitzetting niet mogelijk was vanwege weigering van diverse landen tot medewerking.
Het hof verwierp het beroep op overmacht, stellende dat de verdachte onvoldoende actieve medewerking had geleverd aan zijn uitzetting en dat de medische situatie niet zodanig was dat uitzetting onmogelijk was. De verdediging stelde echter dat het hof niet voldoende was ingegaan op de feiten en omstandigheden die het beroep op overmacht ondersteunen, met name de medische noodzaak van behandeling die bij uitzetting niet gegarandeerd zou zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het beroep op overmacht werd verworpen, vooral omdat het hof niet op de aan hem overgelegde beslissing van de Vreemdelingenkamer is ingegaan. Ook is de motivering inzake de medische gesteldheid ontoereikend, aangezien de brief van de IND niet ingaat op de situatie ten tijde van het bewezenverklaarde feit en niet betrekt dat uitzetting het voortzetten van noodzakelijke medische behandeling ernstig in gevaar kan brengen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting vanwege onvoldoende motivering verwerping beroep op overmacht.