ECLI:NL:HR:2007:BB4838
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie in zaak opzettelijke overtreding Wet toezicht kredietwezen en bedrieglijke bankbreuk
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, waarin de verdachte werd veroordeeld voor opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 82 lid 1 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992 en bedrieglijke bankbreuk gepleegd door een rechtspersoon. De verdachte had feitelijke leiding gegeven aan de verboden gedragingen.
De verdediging stelde middelen van cassatie voor, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen gronden aanwezig waren om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, aangezien de aangevoerde middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 6 november 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.