ECLI:NL:HR:2007:BB4752
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrek persoonlijkeverplichtingenrente inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van ƒ 188.938.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte een bedrag van ƒ 8.430 aan rente niet in aftrek had toegelaten als persoonlijkeverplichtingenrente op grond van artikel 45 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het wettelijk maximum was immers niet bereikt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het de aanslag en proceskosten betreft, stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 180.508 en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De overige elementen van de aanslag bleven gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 180.508.