ECLI:NL:HR:2007:BB4748
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en stelt aanslag vennootschapsbelasting nihil vast
Belanghebbende, een houdstervennootschap die deel uitmaakte van een fiscale eenheid, kreeg voor 1997 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd gehandhaafd. Het hof Arnhem verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag, waarbij het een storting van ƒ 1.300.000 door een verbonden vennootschap op een privérekening van de directeur-aandeelhouder als een winstuitdeling kwalificeerde en de winst corrigeerde.
De Hoge Raad oordeelt dat deze storting niet als winstuitdeling kan worden aangemerkt, omdat de privérekening in de jaarrekening onder effecten valt en de overboeking niet tot winstverhoging leidt. Hierdoor vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de aanslag betreft en stelt de aanslag op nihil vast.
De Hoge Raad bepaalt tevens het bedrag van het verrekende verlies op ƒ 2.000.761 en veroordeelt de Staat tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten. Hiermee wordt de aanslag definitief vastgesteld zonder winstcorrectie wegens de gestorte bedragen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en stelt de aanslag vennootschapsbelasting nihil vast met een verrekend verlies van ƒ 2.000.761.