ECLI:NL:HR:2007:BB4205
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wijziging omgangsregeling tussen vader en minderjarige kinderen afgewezen
De vader verzocht bij de rechtbank 's-Hertogenbosch om een omgangsregeling vast te stellen waarbij hij en zijn minderjarige kinderen recht zouden hebben op vier keer per jaar langere omgangsperiodes. De moeder, die het eenhoofdig gezag heeft, betwistte dit verzoek. De rechtbank verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek. De vader ging in hoger beroep, maar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. Vervolgens stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De moeder verscheen niet in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen. De beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 12 oktober 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot wijziging van de omgangsregeling.