ECLI:NL:HR:2007:BB3775
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming tot erkenning van een minderjarig kind
De zaak betreft een verzoek van de man aan de rechtbank te 's-Gravenhage om de toestemming van de vrouw te vervangen voor de erkenning van hun minderjarige dochter. De vrouw heeft dit verzoek bestreden. De rechtbank stelde vast dat de man de verwekker is en benoemde een bijzonder curator en de Raad voor de Kinderbescherming voerde een onderzoek uit.
De rechtbank verleende uiteindelijk de vervangende toestemming. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof, dat de beschikking bekrachtigde. Vervolgens stelde de vrouw beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vervangende toestemming tot erkenning van het minderjarige kind.