ECLI:NL:HR:2007:BB3774
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning schone lei
De rechtbank Zwolle-Lelystad sprak op 17 december 2003 een definitieve schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van de schuldenaren. Later stelde de rechtbank bij vonnissen van 29 juni 2006 vast dat de schuldenaren toerekenbaar tekortgeschoten waren in de nakoming van verplichtingen uit de regeling. De schuldenaren gingen hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat bij arrest van 14 augustus 2006 de vonnissen van de rechtbank bekrachtigde.
De schuldenaren stelden vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegrond opleveren en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van een schone lei aan de schuldenaren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van een schone lei.