ECLI:NL:HR:2007:BB3774

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/114HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning schone lei

De rechtbank Zwolle-Lelystad sprak op 17 december 2003 een definitieve schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van de schuldenaren. Later stelde de rechtbank bij vonnissen van 29 juni 2006 vast dat de schuldenaren toerekenbaar tekortgeschoten waren in de nakoming van verplichtingen uit de regeling. De schuldenaren gingen hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat bij arrest van 14 augustus 2006 de vonnissen van de rechtbank bekrachtigde.

De schuldenaren stelden vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegrond opleveren en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van een schone lei aan de schuldenaren.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van een schone lei.

Uitspraak

12 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/114HR
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.A. Koot.
Verzoekers tot cassatie zullen hierna worden aangeduid als de schuldenaren.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 december 2003 is de definitieve schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van de schuldenaren.
De rechtbank heeft bij afzonderlijke vonnissen van 29 juni 2006 vastgesteld dat de schuldenaren toerekenbaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zijn tekortgeschoten.
Tegen deze vonnissen hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 14 augustus 2006 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer
E.J. Numann op 12 oktober 2007.