ECLI:NL:HR:2007:BB3682

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/058HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging partner- en kinderalimentatie bij echtscheidingsconvenant

De man verzocht de rechtbank Assen om de partner- en kinderalimentatie die was overeengekomen in het echtscheidingsconvenant van 8 juli 2004 met ingang van 1 juli 2004 op nihil te stellen, inclusief kwijtschelding van achterstallige betalingen. De vrouw verzette zich hiertegen. De rechtbank stelde de alimentatie vanaf 15 maart 2005 op nihil en bepaalde de betaalde bedragen tot die datum.

De vrouw ging in hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde en het echtscheidingsconvenant met ingang van 15 maart 2005 wijzigde, waarbij de man een bijdrage moest blijven leveren in de kosten van verzorging van de minderjarige kinderen en het levensonderhoud van de vrouw. De man stelde hiertegen beroep in cassatie in.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen, waarmee de wijziging van de alimentatieverplichtingen door het hof in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de wijziging van de alimentatieverplichtingen door het hof.

Uitspraak

5 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/058HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. V.K.S. Budhu Lall,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 maart 2005 ter griffie van de rechtbank Assen ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de tussen partijen bij echtscheidingsconvenant van 8 juli 2004 overeengekomen partneralimentatie met ingang van 1 juli 2004, en de kinderalimentatie met ingang van 1 juli, althans 1 november 2004, op nihil te stellen, met kwijtschelding van inmiddels ontstane achterstanden in de betalingen.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 16 november 2005 de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging van de minderjarige kinderen van partijen en in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 15 maart 2005 op nihil gesteld. Voorts heeft de rechtbank hetgeen de man tot op die datum krachtens het echtscheidingsconvenant had dienen te betalen bepaald op hetgeen hij in feite heeft betaald. Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. De man heeft voorwaardelijk hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 13 december 2006 heeft het hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en, opnieuw beslissende, het echtscheidingsconvenant met ingang van 15 maart 2005 gewijzigd onder bepaling van de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging van de minderjarigen en in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 oktober 2007.