ECLI:NL:HR:2007:BB3678

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/025HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schulden en schending informatieplicht

In deze zaak gaat het om de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van verzoekster op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c en d van de Faillissementswet. Na een vonnis van de rechtbank Almelo waarbij de schuldsaneringsregeling definitief werd toegepast, werd op voordracht van de rechter-commissaris de regeling tussentijds beëindigd vanwege het ontstaan van nieuwe schulden en het niet naleven van de informatieplicht.

Verzoekster stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2007.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

5 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/025HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoekster tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 6 december 2005 heeft de rechtbank Almelo ten aanzien van [verzoekster] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
De rechter-commissaris heeft op 2 oktober 2006 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
De rechtbank heeft bij vonnis van 21 november 2006 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 1 februari 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 oktober 2007.