ECLI:NL:HR:2007:BB2747
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten bij vervoerbewijsfraude
De aanvrager werd veroordeeld voor het zonder geldig vervoerbewijs reizen in de trein op drie verschillende data in 2005. Hij verzocht om herziening van het vonnis op grond van het feit dat hij zijn W-document, een verblijfsdocument, in 2004 was verloren en dat mogelijk een ander zich met dat document had geïdentificeerd.
De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheid geen ernstig vermoeden wekt dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of toepassing van een minder zware strafbepaling zou hebben geleid. De identificaties bij de controles waren niet op vertoon van het vermiste document en de feiten van eerdere veroordelingen werden slechts ad informandum bijgevoegd en meegenomen in de strafmaat.
De Hoge Raad benadrukte dat een minder zware strafbepaling in de zin van art. 457 Sv Pro een strafbepaling moet zijn die een lichtere straf bedreigt, en niet een andere sanctie die minder zwaar is. Gezien deze overwegingen werd het herzieningsverzoek afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordeling wegens het zonder geldig vervoerbewijs reizen.