ECLI:NL:HR:2007:BB1383
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. Van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over energiepremie isolatie woon-bedrijfspand
Belanghebbende vroeg een energiepremie aan voor het isoleren van de daken van twee panden die deels voor bewoning en deels voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt. Het energiebedrijf weigerde de premie toe te kennen, waarna de Inspecteur een beperkte premie toekende. Het hof stelde de premie aanzienlijk hoger vast en oordeelde dat de factuur van D, die de isolatie aanbracht, kon worden toegerekend aan het oorspronkelijke verzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft nagelaten te beoordelen of D daadwerkelijk een ondernemer is, terwijl dit essentieel is voor de toekenning van de premie. Daarnaast vindt de Hoge Raad dat het hof onterecht een premiereductie toepaste voor het gedeelte van het pand dat niet als woning wordt gebruikt, omdat de regeling geen onderscheid maakt tussen woonvormen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof, behoudt de beslissing over griffierecht en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens wordt het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.