ECLI:NL:HR:2007:BA9367
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beperking verrekening buitenlandse verliezen met Box 3-inkomen niet in strijd met EU-recht en EVRM
Deze zaak betreft geschillen over de belastingjaren 2001 en 2003 van een buitenlandse belastingplichtige en zijn echtgenote, woonachtig in Italië. Belanghebbende had een verrekenbaar verlies uit eerdere jaren en genoot in 2001 en 2003 uitsluitend Box 3-inkomen in Nederland. Volgens onderdeel W van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 is het verlies slechts verrekenbaar met Box 1-inkomen, waardoor verrekening met Box 3-inkomen niet mogelijk was.
Belanghebbende voerde aan dat deze beperking in strijd was met diverse verdragen en het EU-recht. De feitenrechters stelden belanghebbende in het ongelijk. Advocaat-Generaal Overgaauw concludeerde dat de beperking erkend en uitdrukkelijk door de wetgever was aanvaard, ook al kan dit in individuele gevallen tot niet-verrekenbaarheid leiden.
De A-G besprak de mogelijke strijdigheid met het EU-recht en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Hij stelde dat het nadeel van niet-verrekenbaarheid inherent is aan de soevereiniteit van lidstaten op het gebied van directe belastingen en geen verboden belemmering van het vrije verkeer binnen de EU vormt. Ook is er geen schending van het non-discriminatiebeginsel of artikel 1, 1e Protocol EVRM, aangezien de wetgever binnen zijn ruime beoordelingsmarge is gebleven.
Het beroep op het belastingverdrag met Italië faalde eveneens omdat het verdrag geen verplichtingen oplegt die hieraan in de weg staan. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en besloot de uitspraak niet te publiceren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de beperking van verrekening van verliezen tot Box 1-inkomen blijft van kracht.