ECLI:NL:HR:2007:BA7972
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen goedkeuringsrecht aandeelhouders bij verkoop LaSalle door ABN AMRO
In deze zaak stond centraal of de ondernemingskamer terecht had geoordeeld dat ABN AMRO Holding de verkoop van haar belangrijke bedrijfsonderdeel LaSalle aan Bank of America moest voorleggen aan de algemene vergadering van aandeelhouders ter goedkeuring, dan wel deze moest consulteren. VEB c.s. hadden een verzoek ingediend voor een onderzoek en onmiddellijke voorzieningen die de uitvoering van de koopovereenkomst moesten opschorten.
De ondernemingskamer had bij beschikking van 3 mei 2007 ABN AMRO Bank verboden de uitvoering van de koopovereenkomst voort te zetten zonder voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders. De Hoge Raad vernietigt deze beschikking en wijst het verzoek van VEB c.s. af. De Hoge Raad overweegt dat het bestuur van een vennootschap in beginsel bevoegd is tot het bepalen en uitvoeren van de strategie zonder voorafgaande goedkeuring of consultatie van de aandeelhouders, tenzij de wet of statuten anders bepalen.
De Hoge Raad benadrukt dat de verkoop van LaSalle, hoewel een omvangrijke transactie, niet valt onder de reikwijdte van art. 2:107a BW, dat goedkeuring door de algemene vergadering vereist bij belangrijke veranderingen van identiteit of karakter van de vennootschap. Ook bestaat geen goedkeuringsrecht of consultatieplicht op grond van ongeschreven recht, mede vanwege het belang van rechtszekerheid en de slagvaardigheid van het bestuur. De Hoge Raad bevestigt dat eventuele verzuimen in besluitvorming geen externe werking hebben en de koopovereenkomst rechtsgeldig blijft.
De Hoge Raad veroordeelt VEB c.s. in de kosten van het geding en wijst hun verzoek tot onmiddellijke voorzieningen af. Hiermee wordt bevestigd dat het bestuur van ABN AMRO bevoegd was de verkoop van LaSalle aan Bank of America te effectueren zonder voorafgaande goedkeuring van de aandeelhouders.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de ondernemingskamer en wijst het verzoek tot onmiddellijke voorzieningen af, waarmee het bestuur bevoegd blijft de verkoop van LaSalle uit te voeren zonder voorafgaande goedkeuring van de aandeelhouders.