ECLI:NL:HR:2007:BA7727
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Niet genoten maaltijden vormen geen loon volgens Hoge Raad
Belanghebbende exploiteert een restaurant en werknemers hadden op grond van de CAO recht op een gratis warme maaltijd tijdens werkdagen, zonder recht op geldelijke vergoeding. In de jaren 1995-1999 hebben de werknemers echter geen maaltijden genuttigd omdat zij hier geen prijs op stelden. Het Lisv legde correctienota's en boetenota's op, welke door belanghebbende werden aangevochten. De Rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde het besluit van het Lisv. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het recht op een maaltijd zoals opgenomen in de CAO niet kan worden aangemerkt als een aanspraak in de zin van artikel 4, lid 2, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en dat de maaltijden niet vorderbaar zijn volgens artikel 5, aanhef en onder b, CSV. De middelen van de Raad van Bestuur konden op grond van artikel 18c CSV niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat niet genoten maaltijden geen loon vormen.