ECLI:NL:HR:2007:BA7650
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dwang door feitelijkheid bij verkrachting onder invloed slaapmiddelen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin de verdachte was vrijgesproken van meerdere tenlasteleggingen waaronder verkrachting en ontucht met een minderjarige. De Hoge Raad behandelt de vraag of het toedienen van slaapmiddelen aan het slachtoffer kwalificeert als dwang door een feitelijkheid ex art. 242 Sr Pro.
Uit de bewijsmiddelen bleek dat de verdachte het slachtoffer zonder haar medeweten een slaapmiddel (Loramet 2 mg) had toegediend, waardoor zij fysiek weerloos werd en niet in staat was zich te verzetten tegen seksuele handelingen. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof niet onjuist heeft geoordeeld dat sprake is van dwang door een feitelijkheid, ook al was er geen bedreigende sfeer gecreëerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot vier jaren en vijf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak benadrukt dat het brengen van een slachtoffer in een staat van bewusteloosheid of onmacht gelijkgesteld kan worden aan geweld in de zin van art. 81 Sr Pro.
De zaak is van belang voor de interpretatie van dwang door feitelijkheid bij seksuele delicten en bevestigt dat het gebruik van middelen die het slachtoffer weerloos maken, kan leiden tot een veroordeling wegens verkrachting.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens dwang door feitelijkheid en vermindert de gevangenisstraf tot vier jaren en vijf maanden wegens termijnoverschrijding.