3.2 De vorderingen van Staedion strekken in hoofdzaak ertoe dat het hiervoor in 3.1 onder (vii) vermelde bedrag, als onder de polis vallende bereddingskosten, met verdere kosten aan haar zal worden uitgekeerd. De rechtbank heeft deze vordering afgewezen. Het hof heeft de vordering toegewezen als hiervoor in 1 is vermeld. Daartoe heeft het hof, kort samengevat, als volgt overwogen.
(a) Zelfs een incidentele blootstelling aan asbest(deeltjes) kan leiden tot een asbestgerelateerde ziekte. Staedion kon op basis van het advies van BME en in verband met de al ontstane onrust in redelijkheid tot de beslissing komen tot (directe) sanering over te gaan. Op het moment van haar beslissing mocht zij uitgaan van het bestaan van een reëel gevaar voor de gezondheid van de bewoners van de woningen dat alleen door het treffen van een bijzondere maatregel kon worden opgeheven. Staedion had een zorgvuldigheidsplicht ten opzichte van derden om gezondheidsschade in de woningen te voorkomen. Niet van belang is of later vastgesteld zou worden dat in werkelijkheid geen (of een verwaarloosbaar) gevaar voor besmetting heeft bestaan. Er is sprake van bereddingskosten in de zin van art. 283 K. (rov. 5)
(b) Het betoog van de verzekeraars dat (nagenoeg) geen gevaar bestond voor de gezondheid, stuit hierop af.
Bij gebreke van meer nauwkeurig bepaalde saneringsnormen had Staedion een zekere beoordelingsruimte al dan niet tot sanering over te gaan. Zij kon in redelijkheid tot haar beslissing komen op basis van het advies van BME dat niet alleen was gebaseerd op de gemeten concentraties asbestdeeltjes maar ook op andere aspecten zoals het type asbesthoudend materiaal, de asbestsoort, de oppervlaktestructuur en de conditie van het oppervlak. (rov. 6 en 7)
(c) Dat Staedion (nog) niet aansprakelijk was gesteld en dat de Gemeente geen druk heeft uitgeoefend, kan aan het voorgaande niet afdoen. (rov. 8 en 9)
(d) De door Staedion aan de bewoners gedane mededelingen - onder meer dat geen noodzaak bestond dadelijk tot maatregelen over te gaan - doen niet af aan het resultaat van de door BME uitgevoerde risico-inventarisaties en het op grond daarvan gegeven dringende saneringsadvies. (rov. 10)
(e) Voldoende is dat sprake was van een reëel gevaar voor schade dat slechts door het nemen van een bijzondere maatregel kon worden weggenomen. Het gevaar behoefde niet zo dreigend te zijn dat dit nog slechts kon worden afgewend door het sluiten van de woningen. (rov. 11)
(f) Bij gebreke van algemeen geldende, concrete normen daarover mocht Staedion afgaan op de representativiteit van het onderzoek van BME, dat volgens de destijd algemeen erkende methode BRL 5052 is uitgevoerd.
BME heeft ook verder verantwoording van haar onderzoek afgelegd en de verzekeraars hebben een eigen expert aangewezen die nauw bij de sanering betrokken is geweest. Verzekeraars hebben niet op uitstel van de sanering aangedrongen. (rov. 12)
(g) De schade is tijdig gemeld. (rov. 13)
(h) Ook de andere verweren van de verzekeraars, zoals het beroep op de milieuclausule en het ontbreken van aansprakelijkheid van Staedion gaan niet op. (rov. 15-20)