ECLI:NL:HR:2007:BA7178

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
40589
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak over waterschapsomslag en waterbezwaar voor lager gelegen percelen

Belanghebbende is eigenaar van een perceel binnen het beheersgebied van het Waterschap Veluwe waarop een waterschapsomslag voor het jaar 1998 is opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem is de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat het perceel waterbezwaar veroorzaakt voor lager gelegen percelen binnen het waterschapgebied en dat dit waterbezwaar kosten voor het waterschap met zich meebrengt.

Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat het Hof onvoldoende rekening had gehouden met het niet overleggen van een kostenspecificatie en dat het waterbezwaar niet aannemelijk was. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof op basis van verkregen inlichtingen en bewijs een weloverwogen en gemotiveerd oordeel heeft gegeven dat het waterbezwaar reëel is en kosten veroorzaakt.

De Hoge Raad wijst de klachten van belanghebbende af en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Hiermee blijft de aanslag in de waterschapsomslag gehandhaafd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag in de waterschapsomslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 40.589
15 juni 2007
HdJ
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 28 januari 2004, nr. 99/03484, betreffende na te melden aanslag in de waterschapsomslagen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is over het jaar 1998 een aanslag in de waterschapsomslag van het waterschap Veluwe (hierna: het Waterschap) opgelegd welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de secretaris/directeur van het Waterschap (hierna: de Ambtenaar) is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het dagelijks bestuur van het Waterschap (hierna: het Dagelijks Bestuur) heeft een verweerschrift ingediend.
Het Dagelijks Bestuur heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door mr. J.H. van Gelderen, advocaat te 's-Gravenhage.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende is eigenaar van een binnen het beheersgebied van het Waterschap gelegen gebouwde onroerende zaak in Z (hierna: het perceel). Het perceel is 2,76 ha groot en ligt op een hoogte van circa 80 meter boven NAP. Het perceelgebied is niet ontwateringsbehoeftig. Het neerslagoverschot ter plekke wordt via de bodem afgevoerd naar het diepe grondwater op circa 40 meter boven NAP. Dit grondwater wordt vanuit het perceelgebied via ondergrondse afstroming afgevoerd naar lager gelegen percelen, waarna een deel van het water uiteindelijk terecht komt in watergangen (sprengen) in lager gelegen delen van het waterschapgebied in de IJsselvallei.
3.2. Het Hof heeft van de Ambtenaar schriftelijke inlichtingen verzocht met betrekking tot de vragen of de onroerende zaak van belanghebbende waterbezwaar oplevert voor lager gelegen percelen gelegen binnen het gebied en, zo ja, of hieraan voor het Waterschap kosten zijn verbonden. In zijn uitspraak heeft het Hof onder 4.2 - kennelijk mede aan de hand van de verkregen inlichtingen - vastgesteld dat belanghebbendes perceel, als onderdeel van het als waterstaatkundige eenheid te beschouwen perceelgebied waarvan het deel uitmaakt, waterbezwaar oplevert voor lager gelegen delen van het gebied waarin het Waterschap het waterkwantiteitsbeheer voert. Vervolgens heeft het Hof onder 4.3 - 4.6, onder verwerping van diverse argumenten van belanghebbende, voldoende aannemelijk geacht dat aan het door belanghebbendes perceel veroorzaakte waterbezwaar voor het Waterschap kosten zijn verbonden.
3.3. De tegen deze oordelen gerichte klachten falen. Het Hof heeft kennelijk op grond van de verkregen inlichtingen aannemelijk geacht dat het waterbezwaar van het perceelgebied waartoe belanghebbendes perceel behoort van dien aard is, dat het in causaal verband staat tot de omvang van de door het Waterschap beheerde watergangen en voor het Waterschap meer dan verwaarloosbare kosten veroorzaakt in verband met het beheer van die watergangen. Dit oordeel berust op een aan het Hof voorbehouden waardering van de bewijsmiddelen en is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
3.4. Voor zover belanghebbende erover klaagt dat het Hof geen gevolgen heeft verbonden aan het niet overleggen door de Ambtenaar van een door het Hof verzochte kostenspecificatie, mist deze klacht feitelijke grondslag, nu uit 's Hofs uitspraak of uit de stukken van het geding niet blijkt van een dergelijk verzoek.
3.5. Gelet op het vorenoverwogene kunnen de klachten van belanghebbende niet tot cassatie van de aangevallen uitspraak leiden.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2007.