ECLI:NL:HR:2007:BA6755
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering loondoorbetaling bij niet-stilzwijgende voortzetting arbeidsovereenkomst bepaalde tijd
De zaak betreft een werknemer die een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd had bij Emergis, welke liep van 1 augustus 2001 tot 1 augustus 2002. De werknemer stelde dat de overeenkomst stilzwijgend was voortgezet na deze datum op grond van artikel 7:668 lid 1 BW Pro, en vorderde loondoorbetaling. Emergis bood een verlenging van twee maanden aan, welke de werknemer niet ondertekende. Na 30 september 2002 werd de overeenkomst niet voortgezet en werd het loon tot die datum betaald.
De rechtbank en het gerechtshof wezen de vordering af, stellende dat er geen sprake was van voortzetting zonder tegenspraak. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de werkgever duidelijk had gemaakt dat de overeenkomst slechts voor twee maanden werd verlengd, en dat er geen stilzwijgende voortzetting was na 31 juli 2002.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de werknemer in de kosten van het geding. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het begrip 'voortzetting zonder tegenspraak' in het arbeidsrecht, waarbij overleg over verlenging en het ontbreken van overeenstemming ertoe kunnen leiden dat geen stilzwijgende voortzetting wordt aangenomen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt dat de arbeidsovereenkomst niet stilzwijgend is voortgezet, waardoor geen recht op loondoorbetaling bestaat.