ECLI:NL:HR:2007:BA6553
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing landbouwstructuurvrijstelling bij verkrijging weiland door handelaar in onroerende zaken
Belanghebbende, een handelaar in onroerende zaken en veehandelaar, verkreeg een perceel weiland te R en verkocht dit direct door aan een derde. Bij de verkrijging door belanghebbende werd geen overdrachtsbelasting betaald, met een beroep op de landbouwstructuurvrijstelling uit artikel 15, lid 1, letter q, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (tekst 2001). De Belastingdienst legde echter een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslag, maar dit werd door de Inspecteur gehandhaafd. Vervolgens verklaarde het Hof het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat vaststond dat belanghebbende geen bedoeling had de landbouwstructuur te verbeteren, maar winst nastreefde als handelaar in onroerende zaken.
In cassatie stelde belanghebbende dat de vrijstelling ook van toepassing zou moeten zijn als de doorverkoop leidt tot een duurzame verbetering van de landbouwstructuur voor de uiteindelijke verkrijger. De Hoge Raad verwierp dit betoog en oordeelde dat de vrijstelling terecht niet werd toegepast omdat bij de verkrijging door belanghebbende geen verbetering van de landbouwstructuur voorop stond.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het Hof en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de landbouwstructuurvrijstelling niet van toepassing is op de verkrijging door belanghebbende.