ECLI:NL:HR:2007:BA5805
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in zaak ondertoezichtstelling minderjarige
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Breda om de minderjarige dochter onder toezicht te stellen van de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant. De rechtbank stelde het kind op 14 september 2005 onder toezicht voor de duur van één jaar. De moeder stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de beschikking van de rechtbank op 27 juli 2006 bekrachtigde.
Na afloop van de ondertoezichtstelling op 14 september 2006 stelde de moeder op 26 oktober 2006 cassatieberoep in tegen de beschikking van het hof. De Raad en de Stichting hebben geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat nu de ondertoezichtstelling was geëindigd, de moeder geen belang meer had bij haar cassatieberoep. Daarom werd zij niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2007.
Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens gebrek aan belang na afloop van de ondertoezichtstelling.