ECLI:NL:HR:2007:BA5665
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoningsrecht notaris bij inbeslagname in strafonderzoek ABC-transacties
In deze zaak stond het verschoningsrecht van een notaris centraal bij de inbeslagname van stukken tijdens een strafrechtelijk onderzoek naar zogenaamde ABC-transacties. De notaris, werkzaam bij een notariskantoor, verzette zich tegen de inbeslagname van dossiers en stukken die onder zijn geheimhoudingsplicht vielen. De rechtbank oordeelde dat er zeer uitzonderlijke omstandigheden waren die het belang van waarheidsvinding boven het verschoningsrecht deden prevaleren, mede vanwege de verdenking van ernstige belastingontduiking en het vermoeden van criminele samenwerkingsverbanden.
De Hoge Raad herhaalde de jurisprudentie dat het verschoningsrecht niet absoluut is, maar alleen bij zware motivering kan worden doorbroken. De enkele omstandigheid dat de notaris als verdachte wordt aangemerkt, is niet voldoende; er moet sprake zijn van ernstige verdenkingen zoals een crimineel samenwerkingsverband. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd waarom het onderzoeksbelang in deze zaak zwaarder zou wegen dan het verschoningsrecht.
Desalniettemin leidde dit niet tot cassatie, omdat de inbeslaggenomen stukken ook in een andere strafzaak tegen de notaris zelf onder beslag waren genomen, waarbij het belang van waarheidsvinding het verschoningsrecht overwoog. Hierdoor zou een herbeoordeling na cassatie niet tot een andere uitkomst leiden. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
De uitspraak benadrukt de zorgvuldige belangenafweging tussen het verschoningsrecht van notarissen en het belang van strafrechtelijk onderzoek, waarbij het verschoningsrecht slechts bij zwaarwegende en uitzonderlijke omstandigheden kan worden doorbroken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de inbeslaggenomen stukken blijven onder beslag ondanks het beroep op het verschoningsrecht van de notaris.