ECLI:NL:HR:2007:BA5639
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen bouwverordening en schending redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin hij onder meer is veroordeeld voor medeplegen van overtredingen van de Bouwverordening van Den Haag. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven maanden, waarvan zes voorwaardelijk, en meerdere geldboetes wegens het zonder vergunning gebruiken van bouwwerken waarin bedrijfsmatig woon- en/of nachtverblijf werd verschaft.
De verdediging stelde onder meer dat er geen sprake was van bedrijfsmatige verhuur omdat de panden slechts van juni tot en met december werden verhuurd. De Hoge Raad oordeelt dat dit betoog niet als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359, tweede lid, Sv kan worden beschouwd en dat het geen feitelijke grondslag heeft om het oordeel van het hof te wijzigen.
Verder werd geklaagd over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De Hoge Raad erkent de overschrijding, maar ziet geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden gezien de aard en zwaarte van de opgelegde straffen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof. Het vonnis is gewezen door vice-president F.H. Koster en raadsheren A.J.A. van Dorst en J.W. Ilsink op 28 augustus 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordelingen en opgelegde straffen worden bevestigd.