ECLI:NL:HR:2007:BA5199
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep tegen deelbeschikking in echtscheidingszaak over eenhoofdig gezag
In deze zaak gaat het om een geschil tussen voormalige echtelieden over de toekenning van het eenhoofdig gezag over hun minderjarige kind na echtscheiding. De rechtbank wees op 18 januari 2006 een deelbeschikking waarin het verzoek van de vrouw om eenhoofdig gezag werd afgewezen, maar zonder expliciete beslissing in het dictum. De rechtbank verbeterde deze beschikking op 22 februari 2006 door expliciet het verzoek van de vrouw af te wijzen.
De vrouw stelde hiertegen hoger beroep in, maar de man voerde niet-ontvankelijkheid aan wegens termijnoverschrijding. Het hof verwierp dit en verklaarde de vrouw ontvankelijk. De Hoge Raad beoordeelde of de beschikking van 22 februari 2006 een verbetering (art. 31 Rv Pro) of een aanvulling (art. 32 Rv Pro) was van de eerdere beschikking.
De Hoge Raad oordeelde dat de beschikking van 22 februari 2006 een aanvulling was, geen verbetering, omdat de rechtbank geen kennelijke fout had hersteld maar een expliciete beslissing toevoegde. Hierdoor stond de vrouw een nieuwe beroepstermijn toe. Het hof had de juiste kwalificatie gegeven en de vrouw terecht ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Het beroep van de man werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de vrouw.