ECLI:NL:HR:2007:BA4951
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van hoger beroep wegens niet-toezending appeldagvaarding aan opgegeven adres
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij verdachte in hoger beroep bij verstek is veroordeeld voor een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. De appeldagvaarding was betekend op het adres waar verdachte volgens de GBA was ingeschreven, terwijl bij het instellen van het hoger beroep een ander adres was opgegeven. De dagvaarding is niet toegezonden aan het in de appelakte vermelde adres.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte niet heeft onderzocht of het onderzoek ter terechtzitting geschorst had moeten worden om verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn. Het enkele feit dat verdachte niet op de terechtzitting verscheen, kan niet worden gezien als afstand van het recht op aanwezigheid wanneer de dagvaarding niet aan het juiste adres is toegezonden.
Daarom leidt dit verzuim tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.