ECLI:NL:HR:2007:BA4941

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01426/06
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 303 SrArt. 441 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens ontbreken vermelding art. 303 Sr als wettelijk voorschrift

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte was vrijgesproken van de primaire tenlastelegging en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor poging tot zware mishandeling met voorbedachte rade.

De Hoge Raad constateerde dat het Hof in het arrest niet had vermeld dat de strafoplegging was gebaseerd op art. 303 Sr Pro, hetgeen een wettelijk voorschrift is dat verplicht moet worden genoemd. Op grond van art. 441 Sv Pro vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover dit ontbrak en voegde dit artikel toe als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging berust.

Voor het overige verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep, omdat geen andere gronden tot vernietiging aanwezig waren en beantwoording van de overige middelen niet noodzakelijk was voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 3 juli 2007.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het ontbreken van art. 303 Sr als wettelijk voorschrift en wijst het cassatieberoep verder af.

Uitspraak

3 juli 2007
Strafkamer
nr. 01426/06
KM/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Leeuwarden, van 22 november 2005, nummer 24/000697-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 11 juni 2004 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding primair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van het subsidiaire "poging tot zware mishandeling met voorbedachte raad" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen zoals in het arrest vermeld en de proeftijd van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf met één jaar verlengd.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het Hof heeft verzuimd art. 303 Sr Pro te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de oplegging van straf berust, tot het alsnog vermelden van voornoemd artikel als wettelijk voorschrift waarop de opgelegde straf is gegrond en tot verwerping van het beroep voor het overige.
3. Beoordeling van het eerste middel
3.1. Het middel bevat onder meer de klacht dat het Hof in de bestreden uitspraak art. 303 Sr Pro niet heeft vermeld als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging berust.
3.2. De klacht is terecht voorgesteld. Ingevolge art. 441 Sv Pro zal de Hoge Raad doen wat het Hof had behoren te doen.
4. Beoordeling van de middelen voor het overige
De middelen kunnen voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin niet art. 303 Sr Pro als wettelijke voorschrift waarop de oplegging van de straf berust, is vermeld;
vermeldt als wettelijke voorschrift waarop de strafoplegging berust art. 303 Sr Pro;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 3 juli 2007.