ECLI:NL:HR:2007:BA4941
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken vermelding art. 303 Sr als wettelijk voorschrift
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte was vrijgesproken van de primaire tenlastelegging en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor poging tot zware mishandeling met voorbedachte rade.
De Hoge Raad constateerde dat het Hof in het arrest niet had vermeld dat de strafoplegging was gebaseerd op art. 303 Sr Pro, hetgeen een wettelijk voorschrift is dat verplicht moet worden genoemd. Op grond van art. 441 Sv Pro vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover dit ontbrak en voegde dit artikel toe als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging berust.
Voor het overige verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep, omdat geen andere gronden tot vernietiging aanwezig waren en beantwoording van de overige middelen niet noodzakelijk was voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 3 juli 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het ontbreken van art. 303 Sr als wettelijk voorschrift en wijst het cassatieberoep verder af.