ECLI:NL:HR:2007:BA2715
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde windmolenpark en investeringssubsidies met verwijzing naar arbitrage
Belanghebbende, eigenaar van een windmolenpark bestaande uit veertig turbines, kreeg voor de jaren 1997-2000 een WOZ-waarde vastgesteld door het hoofd van de afdeling Financiën van gemeente Q. Deze waarde was gebaseerd op een vaststellingsovereenkomst uit 1995, waarin een clausule was opgenomen over mogelijke afwijkingen in de waardebepaling van windturbines bij gerechtelijke uitspraken.
Het Hoofd verklaarde het bezwaar van belanghebbende tegen de WOZ-beschikking niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de vastgestelde waarde. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de vaststellingsovereenkomst en de clausule omtrent investeringssubsidies niet juist had toegepast. Er was onduidelijkheid over de waardering van investeringssubsidies op de waardepeildatum, terwijl partijen het erover eens waren dat een dergelijke subsidie een correctie op de vervangingswaarde zou kunnen rechtvaardigen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor een hernieuwde behandeling en beslissing, met inachtneming van de vaststellingsovereenkomst en de arbitrageclausule.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad het College van burgemeester en wethouders van gemeente Q tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak terug voor hernieuwde waardebepaling met inachtneming van arbitrageclausule en investeringssubsidies.