ECLI:NL:HR:2007:BA2301

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03239/06 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van herzieningsaanvraag wegens ontbreken einduitspraak veroordeling

De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 1996, waarbij de aanvrager niet-ontvankelijk was verklaard in hoger beroep tegen een verstekvonnis van de kantonrechter. De aanvraag was gericht op herziening van deze beslissing.

De Hoge Raad oordeelde dat het bestreden arrest van het hof geen einduitspraak bevatte die een veroordeling inhield in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kon de aanvraag tot herziening niet worden ontvangen en was deze niet-ontvankelijk.

Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad de aanvraag niet-ontvankelijk en wees daarmee de herzieningsverzoek af. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 20 maart 2007.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk omdat het bestreden arrest geen einduitspraak met veroordeling inhoudt.

Uitspraak

20 maart 2007
Strafkamer
nr. 03239/06 H
DV/IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 juni 1996, nummer 22/007295-05, ingediend door mr R.M. van der Zwan, advocaat te 's-Gravenhage, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van 12 oktober 2005 van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage, locatie Delft, aangezien de verdachte het beroep niet binnen de daartoe bij de wet gestelde termijn had ingesteld.
2. Beoordeling van de aanvrage
De aanvrage zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat het arrest van het Hof niet inhoudt een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, en uitgesproken op 20 maart 2007.