ECLI:NL:HR:2007:BA1825

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/064HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over nakoming overeenkomst en onrechtmatig handelen gemeente Alkmaar

Tankslag Noord Holland B.V. vordert in eerste aanleg een verklaring voor recht dat de gemeente Alkmaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van een overeenkomst uit 1982, nakoming van die overeenkomst, en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. De gemeente betwist deze vorderingen. De rechtbank Alkmaar wijst de vorderingen af en het gerechtshof Amsterdam bekrachtigt dit oordeel in hoger beroep.

Tankslag stelt in cassatie dat het hof onjuist heeft geoordeeld, maar de Hoge Raad acht de klachten onvoldoende om tot cassatie te leiden. De klachten roepen geen rechtsvragen op die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Tankslag in de kosten van het geding. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat de gemeente niet tekort is geschoten en niet onrechtmatig heeft gehandeld, in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Tankslag wordt verworpen en de vorderingen tegen de gemeente Alkmaar blijven afgewezen.

Uitspraak

1 juni 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/064HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
TANKSLAG NOORD HOLLAND B.V.,
gevestigd te Alkmaar,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M. Verbraaken-Vooys,
t e g e n
DE GEMEENTE ALKMAAR,
zetelende te Alkmaar,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Tankslag - heeft bij exploot van 5 maart 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank Alkmaar en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:
Primair:
I. een verklaring voor recht dat de Gemeente toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verbintenis jegens Tankslag;
II. de Gemeente te veroordelen tot nakoming van de overeenkomst van 11 mei 1982, onder verbeurte van een dwangsom;
III. de Gemeente te veroordelen tot vergoeding van de geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en tot betaling van een voorschot daarop van ƒ 100.000,--;
Subsidiair:
I. een verklaring voor recht dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens Tankslag;
II. de Gemeente te veroordelen tot vergoeding van de geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en tot betaling van een voorschot daarop van ƒ 100.000,--;
III. te bevelen dat de Gemeente zich dient te onthouden van onrechtmatige gedragingen jegens Tankslag, onder verbeurte van een dwangsom.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een tussenvonnis van 13 juni 2002, bij eindvonnis van 2 april 2003 de vordering afgewezen.
Tegen deze vonnissen heeft Tankslag hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 10 november 2005 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Tankslag beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Tankslag in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 1.431,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, A. Hammerstein, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 juni 2007.