ECLI:NL:HR:2007:BA1741
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering vervangende hechtenis bij betalingsverplichtingen in samenloop van strafzaken
In deze strafzaak tegen verdachte, die medeplegen van moord en poging tot moord betrof, heeft het Hof de verdachte veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf en betalingsverplichtingen opgelegd aan de Staat ten behoeve van twee benadeelde partijen. Het Hof bepaalde tevens vervangende hechtenis bij niet-betaling, waarbij de duur van de vervangende hechtenis respectievelijk 257 en 247 dagen bedroeg.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van art. 36f lid 6 Sr in verbinding met art. 24c Sr en art. 60a Sr bij samenloop van strafzaken de vervangende hechtenis ten hoogste één jaar mag bedragen. De opgelegde duur overschrijdt dit maximum en moet daarom worden verminderd.
De Hoge Raad vernietigt het deel van het arrest dat betrekking heeft op de duur van de vervangende hechtenis en bepaalt deze op respectievelijk 190 en 175 dagen, waarmee het wettelijke maximum van één jaar wordt gerespecteerd. Het overige van het arrest wordt bevestigd en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De vervangende hechtenis bij betalingsverplichtingen wordt verminderd tot maximaal één jaar conform wettelijke bepalingen.