ECLI:NL:HR:2007:BA0731
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest in nalatenschapsgeschil
Deze zaak betreft een langlopend geschil tussen erven over de afwikkeling van een nalatenschap, waarbij meerdere procedures en hoger beroepen door elkaar liepen. De kern van het geschil was de schorsing van de tenuitvoerlegging van een toewijzend vonnis in de bodemprocedure en de vraag of cassatieberoep tegen een tussenarrest in dat schorsingsincident ontvankelijk was.
De rechtbank had in november 2004 een vonnis gewezen dat onder meer de afgifte van bepaalde bankrekeningen aan verweerders als erfgenamen beval, uitvoerbaar bij voorraad. Eisers stelden hoger beroep in en vorderden onder meer schorsing van de tenuitvoerlegging. Tegelijkertijd werd in kort geding een schorsingsvordering behandeld, welke werd afgewezen door de voorzieningenrechter en het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep tegen het tussenarrest van het hof in de bodemprocedure niet-ontvankelijk is, omdat het geen voorlopige voorziening betrof en het hof niet had bepaald dat cassatieberoep mogelijk was. Dit ondanks dat cassatieberoep tegen het eindarrest in het kort geding wel ontvankelijk was. De Hoge Raad bevestigt hiermee dat het rechtsmiddelenverbod niet wordt doorbroken door gesplitste procedures van verschillend karakter.
Het principaal cassatieberoep werd verworpen, het incidenteel beroep eveneens, en partijen werden in de kosten veroordeeld. De klachten in cassatie waren niet ontvankelijk en behoefden geen nadere motivering.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het tussenarrest werd niet-ontvankelijk verklaard en het principaal en incidenteel beroep verworpen.