ECLI:NL:HR:2007:BA0423
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op noodweer en noodweerexces bij geweldpleging na beëindigde bedreiging
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens openlijke geweldpleging in vereniging tegen het slachtoffer, waarbij hij had geslagen en geschopt nadat het slachtoffer geen mes meer in zijn hand had en de verdachte zelf zijn mes had opgeborgen.
De verdediging stelde dat sprake was van noodweer, putatief noodweer of noodweerexces, omdat het slachtoffer een mes trok en zich mogelijk bukte om het op te rapen, waarop de verdachte reageerde met een trap. Het hof verwierp dit verweer omdat het niet aannemelijk was dat het slaan en schoppen het gevolg was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, mede omdat de verdachte zich willens en wetens in de situatie had gebracht.
De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat het hof terecht het beroep op noodweerexces niet heeft betrokken bij een mogelijke voorafgaande en beëindigde noodweersituatie. Het beroep in cassatie werd verworpen omdat de klachten onvoldoende waren onderbouwd en geen aanleiding gaven tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de veroordeling wegens openlijke geweldpleging blijft in stand.