ECLI:NL:HR:2007:BA0386

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/169HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing omgangsrecht verzoek van uit gezag ontzette gedetineerde vader

De zaak betreft een geschil over het omgangsrecht tussen een uit gezag ontzette gedetineerde vader en Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, waarbij tevens pleegouders betrokken zijn. De vader verzocht de rechtbank Breda om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen, waarbij hij eenmaal per 14 dagen omgang wilde. De Stichting en pleegouders bestreden dit verzoek.

De rechtbank wees het verzoek bij beschikking van 16 februari 2006 af. De vader ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de afwijzing op 30 augustus 2006 bekrachtigde. Vervolgens stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof in stand bleven.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de gedetineerde vader wordt verworpen en de afwijzing van zijn omgangsverzoek blijft in stand.

Uitspraak

27 april 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/169HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
verblijvende in de penitentiaire inrichting Achterhoek, locatie Ooyerhoek te Zutphen,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
1. STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie
advocaat: mr. S.M. Kingma,
2. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2],
beiden wonende te [woonplaats],
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
advocaat: mr. F. Arslan.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 2 november 2005 ter griffie van de rechtbank te Breda ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht te bepalen dat hij eenmaal per 14 dagen recht heeft op de omgang met de minderjarige [het kind] en dat verweerster in cassatie - verder te noemen: de Stichting - ervoor zorg dient te dragen dat de omgangsregeling wordt uitgevoerd. Subsidiair heeft de man verzocht in goede justitie een omgangsregeling vast te stellen.
De Stichting en belanghebbenden in cassatie - verder te noemen: de pleegouders - hebben het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 16 februari 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 30 augustus 2006 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichting en de pleegouders hebben een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2007.