ECLI:NL:HR:2007:BA0386
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsrecht verzoek van uit gezag ontzette gedetineerde vader
De zaak betreft een geschil over het omgangsrecht tussen een uit gezag ontzette gedetineerde vader en Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, waarbij tevens pleegouders betrokken zijn. De vader verzocht de rechtbank Breda om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen, waarbij hij eenmaal per 14 dagen omgang wilde. De Stichting en pleegouders bestreden dit verzoek.
De rechtbank wees het verzoek bij beschikking van 16 februari 2006 af. De vader ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de afwijzing op 30 augustus 2006 bekrachtigde. Vervolgens stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gedetineerde vader wordt verworpen en de afwijzing van zijn omgangsverzoek blijft in stand.