ECLI:NL:HR:2007:AZ8574
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. Van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt procedurele juistheid bij naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd over de periode 1992-1994 met een forse verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de Inspecteursuitspraak, paste de verhoging aan en verleende kwijtschelding.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het oordeel van het Hof. De middelen richtten zich op de vraag of het Hof onjuist had gehandeld door de zaak eerder terug te wijzen naar de Inspecteur, wat volgens belanghebbende zijn procespositie schaadde.
De Hoge Raad oordeelde dat de eerdere uitspraak van het Hof van 14 september 2000, waarin de Inspecteursuitspraak werd vernietigd wegens onontvankelijkheid van het bezwaar, geen rechtsmiddel had opgeleverd en de procedure dus moest worden voortgezet alsof het bezwaar voor het eerst in behandeling was. De middelen faalden en het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de procedure en het oordeel van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof blijft in stand.