ECLI:NL:HR:2007:AZ8395
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending procesorde bij bewijsvoering in moordzaak
In deze strafzaak ging het om het hoger beroep tegen de vrijspraak van verdachte voor medeplegen van en medeplichtigheid aan moord. Het hof had een verklaring van een medeverdachte, die buiten aanwezigheid van de verdediging door de politie was opgenomen, niet mogen gebruiken wegens schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde. De advocaat-generaal had deze medeverdachte later alsnog als getuige laten horen, maar zonder de verdediging te informeren of aanwezig te laten zijn.
De verdediging stelde dat hierdoor haar recht op een eerlijke behandeling was geschonden en vorderde niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Het hof wees het verzoek van de advocaat-generaal om de medeverdachte alsnog als getuige te horen af, omdat dit de eerdere beslissing zou tenietdoen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof daarbij een onjuiste maatstaf had toegepast en dat sprake was van een flagrante schending van de procesorde en het fair trial-beginsel.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde berechting. De sanctie van bewijsuitsluiting werd als passend beschouwd, maar niet-ontvankelijkheid van het OM werd niet toegewezen omdat er geen grove veronachtzaming was. De zaak bevat belangrijke overwegingen over het recht op hoor en wederhoor en de grenzen aan het gebruik van machtsmiddelen door het OM.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem voor hernieuwde berechting wegens schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde.