ECLI:NL:HR:2007:AZ7624
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en uitleg partneralimentatie na echtscheiding volgens echtscheidingsconvenant en wet
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de beëindiging van partneralimentatie die is vastgesteld in een echtscheidingsconvenant van vóór 1 juli 1994. De man verzocht de rechtbank om te verklaren dat zijn onderhoudsverplichting per 15 december 2004 was geëindigd, dan wel te verlagen vanwege gewijzigde omstandigheden zoals pensionering. De rechtbank wees dit verzoek deels toe op grond van de Wet limitering alimentatie na scheiding (WLA) en beëindigde de alimentatie per 15 december 2006.
De vrouw ging in hoger beroep en verzocht verlenging van de alimentatieverplichting tot 35 jaar met mogelijkheid tot verlenging. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en bepaalde dat de alimentatieplicht zou voortduren tot 1 januari 2012 met mogelijkheid tot verlenging. Tevens werd de alimentatie aangepast. De man stelde beroep in cassatie tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof bij de uitleg van art. 1 lid 3 van Pro het echtscheidingsconvenant de Haviltex-maatstaf niet had toegepast en onvoldoende had gemotiveerd waarom de bepaling niet ondubbelzinnig was. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing volgens de juiste maatstaf.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste uitleg van echtscheidingsconvenanten aan de hand van wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, mede gelet op correspondentie tussen raadslieden. De alimentatieverplichting blijft in beginsel bestaan zolang de behoeftigheid van de vrouw voortduurt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met toepassing van de Haviltex-maatstaf.