ECLI:NL:HR:2007:AZ7621
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Verrekening niet-uitgekeerde ondernemingswinsten bij echtscheiding onder huwelijkse voorwaarden
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de verrekening van niet-uitgekeerde ondernemingswinsten van een familie-BV, waarin de man directeur en certificaathouder was. Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en jaarlijkse verrekening van overgespaarde inkomsten.
De man had een derde van de certificaten van de BV gekocht, die werd beheerd door een stichting waarin hij samen met zijn twee broers zitting had. Het bestuur van de stichting en de directie van de BV namen besluiten met volstrekte meerderheid. Gedurende het huwelijk werd geen periodieke verrekening toegepast en over de jaren 1996-2001 werd geen dividend uitgekeerd.
De vrouw vorderde verrekening van de niet-uitgekeerde winsten bij de echtscheiding. Het hof oordeelde dat de man geen overwegende zeggenschap had over de winstuitkering omdat hij slechts een minderheidsbelang had en dat de stelling van de vrouw dat de man feitelijk wel zeggenschap had onvoldoende was onderbouwd. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de vrouw.
De Hoge Raad benadrukte dat feitelijke zeggenschap wel tot verrekening kan leiden, maar dat dit in deze zaak niet aannemelijk was gemaakt. De man had weliswaar mogelijkheden om winstuitkering te verzoeken, maar dit was onvoldoende om van overwegende zeggenschap te spreken. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen; geen verrekening van niet-uitgekeerde winsten wegens ontbreken van overwegende zeggenschap van de man.