ECLI:NL:HR:2007:AZ6958
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak rechtbank inzake navorderingsaanslagen en bezwaarmotivering
Belanghebbende stelde beroep in tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premies voor de jaren 1998 tot en met 2000. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden van het bezwaar niet waren gemotiveerd. Belanghebbende deed hiertegen verzet, dat door de rechtbank werd afgewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat de brief van 24 mei 2005, waarin de nieuwe gemachtigde van belanghebbende bezwaren aankondigde en later nader motiveerde in brieven van 14 en 23 juni 2005, als een bezwaarschrift moet worden aangemerkt. Omdat de inspecteur al uitspraak had gedaan op eerdere bezwaren, had deze brief volgens artikel 6:15 lid 2 Awb Pro zo spoedig mogelijk aan de rechtbank moeten worden doorgezonden als beroepschrift.
De rechtbank had deze brieven als een naar behoren doorgezonden geschrift moeten aanmerken en het beroep niet niet-ontvankelijk mogen verklaren. De Hoge Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het verzet gegrond. De rechtbank wordt opgedragen het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het verzet gegrond, waarna het onderzoek wordt voortgezet.