ECLI:NL:HR:2007:AZ6118

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00636/06
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • A.J.A. van Dorst
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588 SvArt. 435 lid 1 SvArt. 9 lid 1 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van de betekening van de inleidende dagvaarding wegens onjuiste adressering in strafzaak wegenverkeerswet

In deze strafzaak heeft het hof in hoger beroep de verdachte veroordeeld wegens overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en een gevangenisstraf van twee weken opgelegd. De dagvaarding was verzonden naar een adres in België dat niet overeenkwam met het door de verdachte opgegeven adres bij vertrek uit Nederland.

De verdachte was op 3 april 2001 vertrokken uit Nederland en had toen een ander adres in België opgegeven dan het adres waar de dagvaarding op 4 augustus 2004 naartoe werd gestuurd. De dagvaarding werd vervolgens op 5 augustus 2004 uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was.

De Hoge Raad oordeelt dat de betekening van de dagvaarding niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 588 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waardoor de dagvaarding nietig is. Dit leidt tot vernietiging van het arrest van het hof, behoudens voor zover het vonnis van de politierechter is vernietigd.

De Hoge Raad volgt hiermee het advies van de Advocaat-Generaal en benadrukt het belang van correcte betekening van dagvaardingen aan het juiste adres van de verdachte, zeker bij internationale domiciliëring.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens nietigheid van de betekening van de inleidende dagvaarding en verklaart deze nietig.

Uitspraak

6 maart 2007
Strafkamer
nr. 00636/06
SY/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 september 2005, nummer 20/006048-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - behoudens ten aanzien van de strafoplegging - bevestigd een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 24 september 2004, waarbij de verdachte is veroordeeld ter zake van "overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994". Het Hof heeft de verdachte deswege veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de inleidende dagvaarding nietig zal verklaren.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Naar de Hoge Raad begrijpt beoogt het middel onder meer te klagen over de geldigheid van de betekening van de inleidende dagvaarding.
3.2. Een akte van uitreiking - gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen ter terechtzitting in eerste aanleg 24 september 2004 - houdt in dat die dagvaarding op 5 augustus 2004 is uitgereikt aan de (waarnemend) Griffier van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch, "omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is". Voorts houdt die akte in dat de dagvaarding op 4 augustus 2004 als aangetekende brief is verzonden aan het adres: [a-straat 1], [0000] [plaats A]. Zowel het vonnis in eerste aanleg als de bestreden uitspraak is bij verstek gewezen.
Bij zijn onderzoek naar de naleving van art. 435, eerste lid, Sv heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de verdachte bij zijn vertrek uit Nederland naar België op 3 april 2001 als adresgegevens aldaar heeft opgegeven: "[b-straat 1], [0000] [woonplaats]".
Daaruit volgt dat de inleidende dagvaarding niet is betekend overeenkomstig art. 588 Sv Pro zodat die dagvaarding nietig is.
Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de inleidende dagvaarding geldig is betekend, is derhalve onjuist.
Het middel is dus terecht voorgesteld.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd;
Verklaart de inleidende dagvaarding nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 6 maart 2007.