ECLI:NL:HR:2007:AZ6109
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken gemotiveerde beslissing over niet-strafbaarheid belediging
De verdachte werd in hoger beroep door het hof Arnhem veroordeeld voor eenvoudige belediging wegens uitlatingen in een krant waarin twee personen werden aangeduid als verraders en NSB-ers. De verdediging voerde aan dat deze uitlatingen onder de vrijheid van meningsuiting vallen, met name artikel 10 EVRM Pro, en dat het feit niet strafbaar is.
Het hof kwalificeerde het feit als eenvoudige belediging en legde een geldboete op, maar ging niet gemotiveerd in op het verweer dat het feit niet strafbaar zou zijn. Volgens artikel 358, derde en vijfde lid, en artikel 359, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, moet het hof op een dergelijk verweer op straffe van nietigheid een gemotiveerde beslissing geven.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof hierin heeft gefaald, waardoor het arrest niet in stand kan blijven. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting en beslissing op het verweer.
De zaak betreft een belangrijke toetsing van de grenzen van de vrijheid van meningsuiting in relatie tot strafrechtelijke vervolging wegens belediging, waarbij de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een centrale rol speelt.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens ontbreken van een gemotiveerde beslissing over het niet-strafbaar zijn van het feit, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.