ECLI:NL:HR:2007:AZ5835

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/175HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 14c lid 5 Wet Bopz
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelaatbaarheid van standaardmotivering bij verlening voorwaardelijke machtiging Bopz

De zaak betreft een verzoek tot verlening van een nieuwe voorwaardelijke machtiging voor opname en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis van verzoekster, ingediend door de officier van justitie te 's-Hertogenbosch. De rechtbank verleende op 11 september 2006 de machtiging voor de duur van twaalf maanden, na het horen van verzoekster, haar raadsman, de behandelend psychiater en een familielid.

Verzoekster stelde beroep in cassatie tegen deze beschikking. De officier van justitie diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de standaardmotivering bij de verlening van een voorwaardelijke machtiging op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. Het beroep werd verworpen en de beschikking van de rechtbank bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking tot verlening van de voorwaardelijke machtiging blijft in stand.

Uitspraak

9 februari 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/175HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT 'S-HERTOGENBOSCH,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
De officier van justitie in het arrondissement te 's-Hertogenbosch heeft bij verzoekschrift van 15 augustus 2006 aan de rechtbank aldaar verzocht een nieuwe voorwaardelijke machtiging te verlenen ten aanzien van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: betrokkene -, subsidiair een voorlopige machtiging te verlenen en meer subsidiair een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis te verlenen. Bij het verzoekschrift waren gevoegd een geneeskundige verklaring als bedoeld in art. 14c lid 5 Wet Bopz, een behandelingsplan en een bericht over de staat van uitvoering daarvan.
De rechtbank heeft bij beschikking van 11 september 2006, na betrokkene, de raadsman van betrokkene, de behandelend psychiater en de broer van betrokkene, te hebben gehoord, voorwaardelijke machtiging verleend tot het doen opnemen en verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, met bepaling van de duur van deze machtiging op twaalf maanden, ingaande 11 september 2006.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.