ECLI:NL:HR:2007:AZ5833
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnissen over waardevermindering na onteigening glastuinbouwperceel
De zaak betreft een geschil tussen de Staat der Nederlanden en een grondeigenaar over de schadeloosstelling na onteigening van een deel van diens perceel voor de aanleg van de Hogesnelheidslijn-Zuid. De onteigening betrof een gedeelte van 0,49 hectare van een glastuinbouwbedrijf met bijbehorende kas en bedrijfswoning.
De deskundigen hadden de waardevermindering van het overblijvende perceel berekend op basis van de waarde vóór onteigening minus de waarde van het onteigende en het overblijvende deel, waarbij zij uitgingen van geen waardevermindering van de woning en het erf. De rechtbank week af van dit deskundigenbericht door het overblijvende perceel een lagere waarde toe te kennen vanwege een monopoliepositie van de buurman, wat leidde tot een hogere waardevermindering.
De Staat verzocht de rechtbank om heroverweging van deze waardering, onder meer omdat de waarde van de bedrijfswoning niet was meegenomen in de waardebepaling van het overblijvende. De rechtbank wees dit verzoek af met het argument dat de Staat dit standpunt eerder had moeten inbrengen.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet op het betoog van de Staat is ingegaan en dat de rechtbank niet gebonden was aan haar eerdere tussenvonnissen. De Hoge Raad vernietigt daarom de vonnissen van 20 oktober 2004 en 14 september 2005 en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Breda voor verdere behandeling en beslissing. De kosten van de cassatieprocedure worden gecompenseerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vonnissen van de rechtbank Breda over de waardevermindering van het overblijvende perceel na onteigening en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.