ECLI:NL:HR:2007:AZ5711
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onrechtmatige inbeslagneming en redelijke termijn in fiscale fraudezaak
In deze zaak stond de vraag centraal of de inbeslagneming van stukken bij een voormalig advocatenkantoor onrechtmatig was omdat de Deken van de Orde van advocaten niet aanwezig was bij de doorzoeking en of de afgifte van de stukken vrijwillig was. De verdachte werd veroordeeld voor meerdere fiscale delicten, waaronder het opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften.
Het hof oordeelde dat de stukken rechtmatig waren verkregen omdat de verdachte ten tijde van de doorzoeking geen advocaat meer was en vrijwillig afstand had gedaan van de stukken. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het verweer dat de afgifte slechts vrijwillig kon zijn indien de Deken aanwezig was.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden in de cassatiefase. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van drie jaar waarvan één jaar voorwaardelijk, naar 32 maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot 32 maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige middelen zijn verworpen.