ECLI:NL:HR:2007:AZ5685
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling internationale bevoegdheid bij echtscheiding tussen in Marokko gehuwde echtelieden
De vrouw verzocht bij de rechtbank te Leeuwarden om echtscheiding van de man, met wie zij in het Marokkaanse consulaat te Brussel was gehuwd. De rechtbank sprak de echtscheiding uit op 21 januari 2004. De man stelde hoger beroep in bij het gerechtshof te Leeuwarden en voerde primair aan dat de rechtbank onbevoegd was.
Het hof behandelde het hoger beroep en bekrachtigde bij beschikking van 31 augustus 2005 de uitspraak van de rechtbank. De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep heeft behandeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen grond voor cassatie vormen en dat het beroep moet worden verworpen. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering nodig omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De beschikking van de Hoge Raad werd op 16 maart 2007 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann, met P.C. Kop als voorzitter en J.C. van Oven en C.A. Streefkerk als mede-raadsheren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechtbank voor de echtscheiding.