ECLI:NL:HR:2007:AZ4855
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
Verzoekers hebben bij de rechtbank Amsterdam verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 2 aanhef Pro en onder b Faillissementswet wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden. De rechtbank wees dit verzoek bij beschikking af. Verzoekers stelden hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.
Vervolgens werd beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het niet te goeder trouw ontstaan van de schulden. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Kop, van Oven, Bakels en uitgesproken door Numann op 9 februari 2007.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.